home | disclaimer | sitemap
Rietdekker 34 | 3171 HK Poortugaal | Telefoon: 010 - 201 73 23
Tekstbureau Albrandswaard, Pamela Stark - Levensverhalen

 

Levensverhalen

- Een familieverhaal
- Een interview met een vader over diens 18-jarige zoon
- Mijn eigen jeugdverhaal

Mijn eigen jeugdverhaal
(Fragment uit mijn eigen jeugdverhaal)

Mijn moeder sprong zorgvuldig om met het gezinsbudget. Niemand kwam tekort, maar van overdaad was beslist geen sprake. Op de een of andere manier wist ze uit een pond gehakt vijf grote ballen te draaien; het vet van uitgebakken spek vermengde ze met stroop tot ‘stroopvet’ voor op brood en als ze terugkwam van het boodschappen doen, besteedde ze vaak uren aan het controleren van de bonnetjes. Als de caissière iets dubbel of verkeerd had aangeslagen, of mijn moeder kon een bedrag niet combineren met een van de op het aanrecht uitgestalde aankopen, ging ze terug naar de winkel en drong er vriendelijk maar zeer beslist op aan om de zaak tot op de bodem uit te zoeken.

Soms ging ze te ver in haar drang om van een gulden een daalder te maken en bracht ze een van ons ernstig in verlegenheid. Zo stuurde ze me ooit naar een verjaardagsfeest van een vriendje met als cadeau een spannend, maar flink afgeprijsd jongensboek. Er was waarschijnlijk iets misgegaan met het binden, want een aantal bladzijden zat bijna los. Mijn moeder dacht dat dit pas aan het licht zou komen als het partijtje al lang achter de rug was. Dan zouden de ouders van de jarige zich afvragen hoe dit nou toch gebeurd kon zijn. Was het boek soms gevallen of had hun zoon ermee gegooid? Maar de vader van het vriendje bladerde op het feest enthousiast in het net uitgepakte boek en met een hoogrode kleur van schaamte moest ik aanzien hoe voor de ogen van alle aanwezigen de ene na de andere bladzijde op de grond dwarrelde. De vader reageerde onthutst, keek naar het cadeaupapier om te bepalen uit welke winkel het boek kwam en zei dat hij daar warempel vaste klant was. Dat díe zaak rotzooi zou verkopen, dat had hij nooit gedacht. Had mijn moeder het bonnetje nog? Dan moesten we ermee teruggaan en anders deed hij dat zelf wel, zónder bon. Waren ze daar nou helemaal belazerd!

Mijn moeder vond het fijn om met zo min mogelijk geld zoveel mogelijk te doen. Klagen over geldgebrek deed ze tenminste nooit. Ze vond het een uitdaging om te klein geworden, zelfgebreide truien uit te halen en van de wol iets nieuws te maken. Eén kastje in ons wandmeubel lag vol met kledingstukken waar iets aan mankeerde, maar die misschien nog te herstellen waren. De stapel groeide en groeide, maar iets weggooien kon mijn moeder niet.

 

Mijn vader was heel anders. Die hield van uitbundig leven, uit eten gaan, gasten over de vloer. Hij hield zich nauwelijks bezig met huiselijke aangelegenheden of financiën die daarmee samenhingen. Hij verdiende een goed salaris als vertegenwoordiger voor papierfabriek Ubbens, droeg het huishoudgeld dat mijn moeder vroeg zonder mopperen aan haar af, en liet het restant zelf flink rollen. Dronk dure whisky en rookte een pakje Camel per dag. Ik zag hem niet zo vaak, want overdag was hij onderweg om bij kantoorboekhandels enveloppen en blocnotes te verkopen en ’s avonds at hij meestal met relaties in een restaurant. Ik liet het niet merken, maar ik was supertrots op mijn flamboyante vader met zijn rijzige postuur, golvend blonde haar en ijsblauwe ogen. Stiekem fantaseerde ik wel eens dat hij een tweelingbroer van Ivanhoe was.

Ik hield van het snorrende geluid van de naaimachine en het getik van mijn moeders breinaalden, maar ook mijn vaders leefstijl trok me aan.
Soms, als mijn vader de huiselijke burgerlijkheid op zaterdag of zondag wilde ontvluchten, stelde hij voor om naar Rutex te gaan. Rutex was een grote zaak op de hoek van de Lijnbaan/Stadhuisplein. Je kon er iets eten of een kop koffie drinken. Voor mij, mijn twee jaar oudere zus Elly en vierjarig broertje Tom, was dat altijd feest.
Meteen al bij binnenkomst kreeg de glamoursfeer me te pakken. Dikke vloerbedekking die de veelal levende achtergrondmuziek dempte, geanimeerd pratende mensen, getinkel van glaswerk en servies. Met een trap klom je naar een driezijdig balkon met zitjes, vanwaar je over een balustrade hangend naar het met lichtjes omzoomde podium beneden kon kijken. Daar pakten muzikanten in glitterjasjes hun instrumenten uit of speelde een pianist aan een vleugel.
Mijn vader stak altijd, meteen na het aanschuiven aan een tafeltje, een sigaret op en bestudeerde de menukaart. Een deftig doende ober kwam dan op ons toe en nam de bestelling op. Als mijn ouders voor koffie kozen, kregen wij een 'kindertraktatie': een zilveren dienblaadje met een kanten kleedje, daarop een glas limonade met een versierd rietje, een koekje, een chocolaatje en een lolly. Er stond ook een zilveren schaaltje op met een bolletje vanille-ijs waarin een parapluutje was geprikt en altijd lag er een verrassing naast, een speelgoedje, een jojo of zo iets. Een keer was de verrassing een fluitje in de vorm van een vogeltje, daar moest je water in doen en als je er dan op blies kwam er een kanarieachtig geluid uit, met van die rollertjes.
Ieder weekend hoopte ik dat mijn vader ons mee uit zou nemen. Maar als mijn moeder de aardappels al had geschild, ging het feest onze neus voorbij. Aan eten weggooien begon ze niet.

« terug