 |





|
Levensverhalen
- Een familieverhaal
- Een interview met een vader over diens 18-jarige zoon
- Mijn eigen jeugdverhaal

Een interview met een vader over diens 18-jarige zoon
Jan is 's morgens vroeg geboren, om een uur of 5, op een gewone, doordeweeksedag. De gynaecoloog-in-opleiding was wankelend zijn bed uitgekomen, wilde eerst koffie, anders zou hij niks doen. Ik hoor het hem nog zeggen: “Eérst koffie.” Toen Jan er eindelijk was, schrok ik me rot. Hij was heel boos, had een rode kop en schreeuwde als een beest. Hij brulde hard met gebalde vuisten en zijn neus stond helemaal scheef. Ik zei tegen die arts: “Zó, die neus staat behoorlijk scheef.” Toen pakte die vent dat neussie, gaf er een ruk aan en zei: “Zo, nou niet meer.” Ik weet het nog als de dag van gisteren. En ja, Jan heeft zijn hele leven natuurlijk al last van die neus. Hij heeft dat wel lekker gedaan, die arts, zo effe recht zetten, maar het is toch niet helemaal goed gegaan volgens mij. En dat hij zo boos was, kwam waarschijnlijk omdat het zo vroeg was. Ook dat is de rest van zijn leven een groot probleem gebleven. Jan komt nooit op tijd zijn bed uit, is nooit een vroege vogel geweest. Dat heeft er absoluut mee te maken.
Als peuter/kleuter was Jan een mannetje dat zijn eigen weg bewandelde. Een jongetje dat altijd achter zijn grote broer aan liep. Als die niet in de buurt was om hem te leiden, ging hij geheel zijn eigen gang. Niemand kon hem daarvan afbrengen. Een eigenwijs ventje dat bijna niet te sturen was. Dat was het meest opvallende aan hem. Als ik iets aan hem vroeg, deed hij het gewoon niet. Hij luisterde gewoon niet. Eigenlijk een heel lastig kereltje, dat dacht dat hij alles zelf kon.
Zijn lagere schoolperiode is vrij probleemloos verlopen. Ik heb niet het idee dat hij toen erg dwars was. Hij droogde aardig op en vertoonde aangepast gedrag. Nou maakten we het hem ook niet al te moeilijk. “Wat zijn de regels bij jullie thuis?”, vroeg een juf eens aan hem. “Wij hebben thuis geen regels”, antwoordde Jan.
Gedurende de eerste jaren zat Jan, samen met broer Hans, op judo. Nog daarvoor ben ik eindeloos met hen naar zwemles gereden. Eerst naar het Sportfondsenbad in Rotterdam-Zuid, later naar Zwembad Albrandswaard. Bijna alle diploma's hebben ze gehaald. Het eerste diploma kreeg hij praktisch cadeau; volgens mij wilden ze daar van hem af. Jan sprong in het water en bleef amper drijven. Hij kon maar net zijn hoofd boven water houden, vreselijk.
Op het college Blaise Pascal is het in de tweede HAVO/VWO-klas misgelopen. Jan scoorde goed genoeg om op het VWO te blijven, maar toch is dat toen fout gegaan. Hij ging veel om met groepen gasten uit de buurt, jongens die hem altijd in de problemen brachten. Ze waren allemaal een paar jaar ouder dan Jan. Het werd een vast ploegje dat voortdurend bij allerlei zaken betrokken was en door de politie in de gaten werd gehouden. In die tijd luisterde hij helemaal niet meer naar ons. Het was echt 'pappen en nathouden'. Er ontstonden volop problemen op school. Aan het eind van het tweede jaar kreeg hij de kans om zijn cijfers op te halen, zodat hij naar de HAVO zou kunnen, maar dat verpestte hij. Zodat hij vanuit het VWO direct naar het VMBO werd overgeplaatst. Hij zat toen in een klap twee niveaus lager. Hij was absoluut niet populair bij de leraren, met name niet bij Vedder, de coördinator. Die moest van Jan niet veel hebben. Men was sowieso niet meer zo genegen om met Jan te praten.
Een heel goede invloed op hem had mevrouw Stiene, zijn mentrix in klas 3 en 4. Muzieklerares was ze en ontzettend populair bij de leerlingen, door haar gelijkwaardige manier van doen. Door haar is Jan gaan gitaarspelen. Hij heeft daar veel inspiratie uit kunnen halen, ging op gitaarles; later ook nog een seizoen op drumles.
Jan lijkt niet op mij toen ik 18 was. Meer op zijn moeder, zeker qua temperament. Heel driftig, vaak een grote bek en helemaal doordraaien als hij geen gelijk krijgt. Hij kan er leuk uit zien, als hij daar moeite voor doet. Je moet hem niet 's morgens uit zijn bed zien komen, in dat zwarte pyjamaatje, dan lijkt het alsof hij uit een grot komt, een soort holbewoner. Echt vreselijk, het ziet er niet uit. Ik denk dat, als hij zijn haar een beetje korter zou laten knippen en een net spijkerbroekie aan zou trekken met een net T-shirtje, hij er heel stoer uit kan zien. Nu vind ik hem vaak haveloos, onverzorgd. Dat heeft hij wel van mij: hij combineert niks, het ziet er vaak niet uit. Zo'n legerbroek en die piercing door zijn lip.
Nog steeds gaat Jan geheel zijn eigen gang. We hebben geprobeerd om hem aan regels te binden, maar daar houdt hij zich niet aan. Jan is een feestganger, heeft veel vrienden. Hij is iemand die graag praat, discussieert. Als hij wat gematigder zou zijn in zijn uitspraken en zijn opwinding, zou het een goede debater kunnen worden. Als hij tenminste ook bereid is om naar anderen te luisteren. Hij heeft een goede mening over zaken, maar slaat er te ver in door. Ik hoop dat Jan, als hij ouder wordt, ook bedachtzamer zal worden. Hij is nu een ongeleid projectiel, moet leren om zijn boosheid binnen te houden. Over tien jaar zie ik hem zeker niet in het leger. Hoogleraar zal hij ook niet worden. Maar beleidsmedewerker sluit ik niet uit. Met een lulverhaal een buurthuis toespreken, over veranderingen in de wijk. Ook zie ik hem wel de horeca ingaan. Een beetje 'ouwe-jongens-krentenbrood'. Of voor de klas staan, mits het gemotiveerde leerlingen zijn. We zullen het zien.
« terug |