home | disclaimer | sitemap
Rietdekker 34 | 3171 HK Poortugaal | Telefoon: 010 - 201 73 23
Tekstbureau Albrandswaard, Pamela Stark - Levensverhalen

 

Levensverhalen

- Een familieverhaal
- Een interview met een vader over diens 18-jarige zoon
- Mijn eigen jeugdverhaal

Een familieverhaal
(Fragmenten uit het familieverhaal van Anneke Eerland, Rotterdam)

Water is de rode draad in mijn leven. Ik ben geboren op het water, uit ouders die leefden van het water. Ook hun beider ouders, mijn opa's en oma's, verdienden de kost met vervoer over water.
Tot op dit moment, nu ik al jaren getrouwd ben met Wim, bouwer en reparateur van schepen, zorgt water voor mijn levensonderhoud, dat van mijn zoon Rudolf en mijn kleinzoons Noah en Levi.

Mijn ouders:
Vader:  Hendrik Adriaan, geboren 23 februari 1926 te Haaften.
Moeder: Egberdina Alida, geboren 7 maart 1928 te Amsterdam.

Mijn vader en moeder ontmoetten elkaar op een scheepswerf in IJsselmonde. De schepen waarmee hun ouders (mijn opa's en oma's) met vracht de Rijn overtrokken, waren daar voor reparatie aangeboden. Ze kwamen uit eenzelfde nest, hadden eenzelfde achtergrond en ontdekten nog meer overeenkomsten. Ze werden verliefd, kregen verkering en trouwden.

Zeven kinderen werden geboren:
Tonnie: 13 mei 1950  
Anneke: 9 augustus 1952  
Johannes: 4 augustus 1953
Johanna: 3 september 1954  
Toos: 13 november 1960  
Lydia: 21 januari 1965  
Mary: 11 april 1967  

De roepnaam van ons broertje was Johan. Hij is geboren in Bonn en heeft slechts een dag geleefd. Het enige wat mijn moeder hierover tegen mij heeft gezegd was: “An, hij was heel erg ziek.” In die tijd werd over zulke dingen niet gesproken en in navolging daarvan vroegen wij, kinderen, ook niets. Ik heb geen idee hoe mijn vader en moeder met dit verlies zijn omgegaan en weet zelfs niet waar Johan is begraven. Het enige wat aan hem herinnert, is zijn vermelding in het trouwboekje van mijn ouders.

Een jaar na de dood van Johan werd mijn zusje Johanna geboren, die later, op eigen initiatief, haar naam veranderde in 'Joke'. Veel plezier van deze naamsverandering heeft ze niet gehad, want voor ons was ze kortweg: 'Zus'. Waarom juist zij, in een gezin met zes zussen? Geen idee! Het was gewoon een gegeven, net zoals een van mijn vader's broers altijd 'Ome Broer' werd genoemd.

Mijn oma Teuntje was een klein, altijd chagrijnig wijfie met felle oogjes en strak naar achteren, in een knot gebonden haar. Grijs, van dat lelijke grijs. Ze had een bruine, in het oog springende, 'Oma-Blom-Pukkel', naast haar neus, waar wij altijd de draak mee staken. Ze was nooit aardig tegen mij of Tonnie. Alleen Joke, die vond ze geweldig, en dat liet ze op allerlei manieren merken ook. Tonnie en ik op onze beurt vonden háár afschuwelijk. Ze zeurde en zeikte altijd, haar huis was donker en wij mochten nergens aankomen.

« terug